Vrijdag 29 januari 2016

Weerspiegeling van het torentje van museum Boymans van Beuningen

Boymans van Beuningen part 1.
Ooit lang geleden toen ik in groep 8 van de basisschool zat werd ik verplicht meegenomen naar een museum, of zoals de leraar toen zei, ‘het museum’. Hij zei dat met een bepaalde trots stak nog net niet zijn duimen onder de oksels maar kon er wel enorm bij glunderen. Alsof hij met dat bezoek aan het museum onze door tv verziekte zielen, eens ging redden.
Het museum was het Boymans van Beuningen in Rotterdam. En zoals mijn vader het jaar daarvoor al gemerkt had, was museum en Liesbeth een slechte combinatie. M’n vader was van mening dat ik niet mee hoefde want zoals hij voorzag, ging ‘em dat niet worden. De leraar leek dan wel een man van de oude stempel maar hij zag er gewoon uit als een afgeragde rockgitarist en stiekem verdacht ik hem er toen van dat ‘ie in het weekend snoofzoopenslikte want maandag was zijn vrije dag en dinsdagmorgen vroeg ik me altijd af wie hem nu weer had opgewarmd. Jullie snappen het, ik mocht hem niet en hij was kansloos anyway want mijn andere leraar was een lerares en een prachtige vrouw.
Dat hij mij ook niet mocht was mooi meegenomen en alleen toen even niet want ik moest hoe dan ook mee naar dat museum. Ik heb dood en verderf, ziekte en huichelarij niet gespaard maar de dag des oordeels brak aan en ik zat in de trein naar Rotterdam. Ook toen nog geprobeerd op een willekeurig station weer uit te stappen, helaas hij greep me net op tijd vast. Plein en ingang van het museum.

Een paar ontsnappingspogingen later stonden we in de hal van het museum. Een rondleider begreep al vlot wat hij met mij in huis had gehaald, zijn glimlach en ronduit geamuseerde blik deed me verstommen en zo liepen we door een paar ruimtes in het enorme museum. Hij wist iedereen, inclusief mij, te boeien met de werken. Na een paar ruimtes liet hij ons onverwacht achter en nam de leraar het over, helaas bleek hij verre van een goede rondleider en moest hij zijn en onze lijdensweg al vlot onderbreken om ons ‘vrij’ te laten. Ik mocht niet naar buiten, zelfs niet als ik plechtig beloofde op het plein te blijven.
In kleine groepjes dwaalde we door de ontelbare ruimtes van het museum, nog te klein om te bordjes te kunnen begrijpen maar oud genoeg om te weten dat die touwtjes beveiligingen waren. In een mum van tijd zette ik een paar klasgenootjes tegen de over het algemeen heersende orde op en tikte we met zijn allen tegen een lijstje, gevuld met wat ik toen beschreef als kindertekeningen.
Dat de pleuris uitbrak daar hoef ik niet uit te leggen ik zat voor ik het goed en wel wist buiten op de trap te wachten op wat er komen ging. De leraar sprak van strafwerk, schorsing en ouders op school. De kids om me heen zaten te bibberen ik vond het nog steeds een leuk geintje en daarbij, ik had mijn zin gekregen.
Om organisatorische redenen werd het uitje niet afgebroken en wandelde we die middag door Rotterdam. We aten patat bij Bram Ladage, wat ik toen ook al niet lekker vond, wandelde door de Witte de Withstraat naar de Leuvehaven en daar strandt mijn geheugen.
Weer terug op school moest inderdaad mijn vader op school komen, uiteraard keurde hij mijn gedrag af, maar daar had hij die verlopen ponem van een leraar niet voor nodig om me dat uit te leggen. Dus toen de leraar zijn plaatsvervangende schaamte en ongenoegen wel genoeg had geuit kon mijn vader alleen maar glimlachend opmerken; ‘Wie niet horen wil moet maar voelen’.

Nu zoveel jaren later kan ik me niks dan ook niks meer herinneren van de kunst die ik toentertijd gezien heb. Wel herinner ik me de rondleider, zijn blauwe ogen en prachtige grijze haar. Wat een charisma had hij en wat een liefde voor zijn vak.
Met die gedachte liep ik dus een paar weken geleden door het Boymans van Beuningen met een door mijzelf uitgekozen rondleider in de vorm van Daniel, extra goed oplettend omdat ik het nu wel graag wilde zien, leren, begrijpen èn onthouden. Morgen deel 2.

9 thoughts on “Vrijdag 29 januari 2016

  1. Ik kom er te weinig, in musea bedoel ik, in mijn eentje vind ik er niks aan…

    zo heel af en toe loop ik met mijn maandagmeneer naar ‘ons’ museum, en daar geniet ik dan dubbel van

    1. Heel begrijpelijk je wil je gevoel kunnen delen samen zie je ook veel meer. Mocht er een tijdelijke tentoonstelling zijn maar geen gegadigde om mee te gaan, dan ga ik alsnog alleen. Ik heb een tentoonstelling niet gezien omdat ik kansloos heb zitten wachten op iemand. Gebeurd niet meer.

  2. Tot mij schande moet ik erkennen, nog nooit naar Boymans van Beuningen, te zijn geweest Liesbeth, dat moet ik toch maar eens doen.

  3. als of ik over mezelf lees :)
    musea en ik , zijn geen goede maatjes
    op school niet en ook nu zal je mij er niet treffen , al moet ik zeggen dat ik vorig jaar in het Rijks was , had kennissen over uit Bonn en die wilden graag dat ik mee ging
    Rotjeknor is best een aardige stad , heb er fijn lopen wandelen , en liep ook door de tuinen achter dat museum , dus je ging er onlangs heen met de Daniel in de link , mooi toch , zeker anders dan met die leraar toen
    lees ook over dat je nadien rot voelde omdat jij een fijne dag had en je oma zo ziek was
    hopelijk alles weer zo het zijn moet

    1. Hey Karel, helaas is mn oma in de week erna overleden. Vandaar dat ik ook nog ff niet kon schrijven over het Boymans. Morgen de rest.

  4. Zo zie je maar wat we al lang weten..Het beroep kennen, dus de kennis is 1 maar het overbrengen is andere koek en dat kan niet iedereen

Comments are closed.