Teringhuissie

Teringhuissie

Ver van voor mijn tijd maar toch ook weer niet. Want hoe vers is dat scheldwoord voor die vreselijke, en naar wat ik dacht uitgestorven, ziekte niet? Met flink wat Rotterdams bloed in mijn donder is het heus niet vreemd, maar sinds ik dit allerschattigste teringhuissie in het Openluchtmuseum zag en me verder verdiepte in de ziekte geef ik graag toe dat de ziekte net wat minder lekker van mijn tong afrolt. Helaas, het enige wat verrekte lekker rolt is het teringhuissie.

Tuberculose
Tering, tb, tbc of witte pest zijn allemaal al dan niet vriendelijk klinkende benamingen voor tuberkels, waarvan vroeger werd gedacht dat het erfelijk was. Tegenwoordig weten we dat het door bacteriën overdraagbaar is en dat deze ernstige infecties teweeg brengen in het hele lichaam. Rond 1900 stierven er 10.000 mensen aan deze ziekte. De komst van sanatoria en penicilline bracht verbetering maar er moest nog tot de Tweede Wereldoorlog gewacht worden tot er daadwerkelijk medicijnen voor waren.

TeringhuissieTeringhuissie
Hoewel het nu in twijfel wordt getrokken was voor de medicatie kwam de enige remedie de patiënten de genezen, hen uit hun vochtige huizen te halen, te voorzien van frisse lucht en goede voeding. Thuis was deze mogelijkheid er niet altijd. Helaas waren sanatoria te duur voor de werkende klasse en dus was er voor hen een bouwpakket van de kruisvereniging. Een uit hout opgetrokken huisje met openslaande deuren verrees voor de makers. Meest vernuftig aan dit ontwerp was de stalen draaischijf met massieve wielen. De patiënt verbleef beschut voor de wind, in het huisje wat met de zon werd meegedraaid.

Afdeling
Anno nu zijn er jaarlijks nog zo’n 800 gevallen van TBC, in Nederland welteverstaan. Door ons vaccinatieprogramma leken we verlost van deze kwade ziekte maar doordat er meer en meer gereisd- en migreerd wordt, komt de ziekte niet alleen vaker voor maar zijn er ook resistente varianten ontstaan. En dat zet zo’n teringhuissie opeens in een heel ander daglicht. Geen allerschattigst draaibaar huisje die ik graag in mijn tuin zou zetten, maar bittere noodzaak in de vorm van een speciale afgesloten ziekenhuisafdeling in het noorden van ons land. En een geschatte behandeltijd van 18 tot 24 maanden. Daarop kan je echt alleen maar tering zeggen!

24 thoughts on “Teringhuissie

  1. Goh, daar had ik echt nog nooit van gehoord. Het ziet er knus uit maar toch… liever niet. Mijn over-overgrootvader is gestorven aan de vliegende tering. Geen idee wat dat nou weer voor variant was. Klinkt besmettelijk…

  2. Ja, ik moest gelijk aan onze Rotterdamse spreektaal denken ………
    Trouwens dit huisje is nieuwe voor me, ik kenden het niet. De tering, of wel TBC wel.
    Toen ik in de jaren 80 in de verpleging zat, kregen wij een patiënt met een open variant en een recistente bacterie …………. gevolg, ik heb preventief een jaar lang medicatie moeten slikken en iedereen in mijn omgeving moest ook bij de GGD gecontroleerd worden ………… ech nie leuk hoor!!!

  3. Lichaam, geest en sociale relaties

    gezondheid
    is helemaal
    niet vanzelfsprekend

    een ziek mens
    heeft slechts één wens

    omdat
    deze ervaart
    wat het constant betekent

    Gelukkig zijn er in onze contreien geen middeleeuwse toestanden meer, Liesbeth.
    Lenjef

  4. Ik herinner me inderdaad van heel vroeger nog een oom die een jaar in een sanatorium lag, hij maakte daar een bepaald soort sierkleedjes die in de familie overal opdoken. Het huisje heb ik gezien in het museum, ik zou er niet graag maand na maand in verblijven brrrr!

  5. Bijzonder hè zo’n huisje. En er zijn er nog wel meer in het land. Het heeft mijn interesse ook.
    Er staat er ook een op het terrein van een Zorgboogverpleeghuis, v/h Sint Jozefsheil in Bakel. Daar woonde ik destijds vlakbij, in Milheeze op een recreatiepark.
    Vreemd dat ik de link niet kan plaatsen uit het ED. Komt goed!

    1. Ik heb kopieeren uit staan en plakken mag dus ook niet. Heb ik geen keus in helaas. Ik ben bezig met mijn content te beveiligen het is helaas nodig.

    1. Ja vreselijk hè. En dat kan je nu nog overkomen als jij of iemand anders in je omgeving het op vakantie oppikt.

  6. was (heel) vroeger fan van Irmgard Smits, een jonge meid uit Valkenburg die over haar verblijf in het sanatorium te Horn een boek schreef

  7. Interessant om te horen! Ik heb nog oude familie die daar aan is overleden of het overleefd heeft, in een sanatorium inderdaad. Nare ziekte. Nog steeds. Dat huisje vind ik ook wel tof trouwens, in de tuin, op de zonkant, om op een gezonde zondagmiddag lekker in te gaan liggen met een boekje…

  8. Alles behalve leuk om het te krijgen. Ik kan me die dingen niet terughalen uit mijn jeugd. Natuurlijk wisten we ervan, maar meegemaakt heb ik dat niet.

  9. zo was er hier in de buurt en sanatorium
    de huisjes zijn me onbekend
    ja die en andere smerige ziektes , zijn de wereld nog niet uit :(

  10. Het is weer opletten voor tbc, inderdaad. Mijn oudste broer werd vlak voor zijn pensioen nog besmet op het werk. Een collega van hem was al maanden lelijk aan het hoesten en prutsen met zijn gezondheid zonder een dokter te bezoeken. Uiteindelijk bleek hij tbc te hebben in vrij vergevorderd stadium. Ondertussen had hij tientallen mensen besmet. Ook mijn broer. Hij had geen ziekteverschijnselen maar moest dus wel maanden medicatie nemen die veel bijwerkingen gaf. Hoe het is afgelopen met de collega weet ik niet.
    Mijn tante werkte in haar jonge jaren als verpleegster in een sanatorium. Ook zij werd daar besmet en heeft longtuberculose gehad. Gelukkig genas ze. In mei van dit jaar wordt ze 95, maar het is twijfelachtig of ze dat nog zal halen…

  11. Ik herinner me de kruisjes op school die je kreeg als test en later toen ik ging werken het mantoux en het BCG. Matoux was een test en BCG was inenting, standaard binnen de gezondheidszorg.
    Trouwens we moesten op school ook jaarlijks voor de thoraxfoto.
    De huisjes die je beschrijft heb ik in mijn jeugd in mijn geboortedorp in menig tuin zien staan, of ze op een draaischijf stonden herinner ik me niet. Ook was er in de regio een sanatorium dat in het bos verscholen lag.
    Ik vermoed dat je met dit verhaal bij menig lezer herinneringen oproept.

  12. Van mijn ouders hoorde ik daar ook nare verhalen over. Niet iedereen had een huisje, men legde de patiënt bij zomers weer ook in een buitententje, zover mogelijk van de woning af.

  13. Het huisje ziet er inderdaad alleraardigst uit, maar ik zou ’t toch liever gebruiken als hobbyhuisje ofzo. Lekkere stoel erin, fijn boek, zon erop….

  14. Ik was het vergeten, maar inderdaad, we kregen vroeger op school TBC testjes, een kruisje op de arm. In Groningen had je zo’n grote met de zon meedraaiende toestand net buiten de stad (nu is er een woonwijk). En In Haren, net ten zuiden van Stad, is een behandelkliniek voor TBC, in de (oudere) volksmond nog steeds het Sanatorium geheten.

  15. Door buitenlandse leerlingen zijn mijn collega’s regelmatig getest voor tbc.

    Het blijft een vervelende besmettelijke ziekte.

    Vriendelijke groet,

Comments are closed.