Deel 5: Jan

Deel 5 van Blogverhaal 5 de knijpkat

Het schot galmde nog na in haar oren, maar werdna een enkele seconde overstemd door het gillen van haar kleine Sara. Hoewel het allemaal een afschuwelijke droom leek was dit werkelijk. Terwijl die vreselijke Duitser nog happend naar adem naast de auto instortte had zij zo snel mogelijk haar kinderen gegrepen en was er vandoor gegaan. Na enkele meters had ook de vriend van haar man die zich Jan noemde, zich bij haar gevoegd en samen waren ze te voet verder gegaan. In de verte hadden ze vele Duitse wagens vol nazi’s gezien maar geen enkel had hun spoor kunnen vinden.
In paniek waren ze de stal van een boerderij ingevlucht, ze had zich met de kinderen weten te verstoppen maar juist toen Jan aan wilde gaan kloppen bij de boerderij had de boer hen al gevonden. ‘Wat moet dat hier’, baste deze man onvriendelijk. ‘Uit mijn stal voor ik je eruit sla’. Vreemd volk, daar hielden ze in deze omgeving niet van. Maar Mayan was niet bang uitgevallen ze trad met haar kinderen naar voren en iets in de toch al niet meer zo jonge boer knapte. Hij was alleen op een paar koeien, een varken en wat kippen na, zijn vrouw jaren geleden al een natuurlijke dood gestorven, toch wist hij instinctief met wat voor mensen hij te maken had.
Naar boven gebood hij en zo goed als ging verstopte hij zijn ongenode bezoekers. Net op tijd want op het erf stopte een benzine gedreven wagen wat nooit veel goeds kon betekenen. Hij verzette nog snel de ladder naar de zolder pakte een riek en liet de laatste sporen verdwijnen. Ten onrechte dachten de mensen in de omgeving dat hij Duits gezind was. Niets van waar maar zo lieten die vuile bezetters hem met rust. ‘Wat brengt jullie hier, heren?’ Sprak hij de mannen correct aan. ‘Er is een aanslag gepleegd weet je er iets van?’. ‘Nee niets van gehoord, daarvoor woon ik te afgelegen’. ‘Willen de heren wat drinken? De boer had wat bijverdient met een eigen brouwseltje maar alleen drinken daar begon hij niet aan. Op mijn gemak leidde hij de afgepeigerde mannen zijn stal uit naar de woonkeuken. Een uur lang liet hij de mannen drinken, als water ging het er in en het duurde dan ook niet lang tot het gesprek van zoeken naar moordenaars overging in het mooie Duitse rijk en de heimat.

Na een dik uur had hij zijn Duitse gasten zover dronken gevoerd dat ze niets anders konden doen dan naar huis gaan. Ze keken nog wel even rond op de boerderij, maar hadden meer oog voor zijn varken. De boer glimlachte, ‘heren die rijg ik graag aan het spit maar dan moet ik haar wel eerst vetmesten dan is er genoeg voor ons allemaal.’
Verschrikt hoorde zijn ongenode gasten op de zolder deze woorden, ze hielden hun adem in maar de boer nam hartelijk afscheid en toen hij zeker wist dat ze wegwaren kroop hij met zijn stramme lijf de zolder op.

‘Ik zal jullie helpen, maar dan moeten jullie me vertrouwen’. ‘Ik breng jullie weg, een eind hier vandaan is een schuilhut vanwaar ik de schapen in de gaten hield’. ‘Het is er veilig maar meer dan een uur lopen van hier’. Voor het eerst sinds hij het vuur op die Duitser opende trad Jan naar voren; ‘Wie zegt dat je ons niet recht in de armen van die Duitsers lokt?’ De boer raakte enigzins verbitterd door zijn opmerking, ‘wie zegt dat jij te vertrouwen bent?’ ‘Voorlopig heb jij een wapen op zak en ik niet’. Beschaamd keek hij de boer aan en knikte. Goed. ‘We vertrekken over een uur probeer wat te slapen want het is geen gemakkelijke tocht’. ‘Dankje’, fluistert Mayan en kruipt uitgeput bij haar slapende kinderen.

Vermoeid en met dan weer Chaim, dan weer Sara in haar armen slofte Mayam achter de boer aan. Jan die achter haar loopt had vrijwillig aangeboden haar kinderen te dragen, maar ook hij was moe. De boer leek prima de weg te weten, af en toe schijnend met een knijpkat wist hij moeiteloos de weg en ondanks zijn leeftijd stapte hij stevig door. Hij wist dat hij zijn boerderij niet te lang alleen kon laten en voor zonsopgang zijn bezoek weg moest brengen. Morgen overdag zou hij de zoon van een bevriende boer vragen eten en drinken weg te brengen. Hij kende zijn vader al jaren en wist wel wat hij aan hen had. Ze hadden hem geholpen toen zijn vrouw overleed en hij had hem geholpen toen zijn oudste zoon naar Duitsland moest om te werken. Het was een zware tijd maar ze konden nog eten en dat was meer dan wat veel mensen hadden. Steeds vaker stonden die arme stumpers op zijn erf dit zootje kon er ook nog wel bij.
De wandeling ging voorspoedig, tot ze in de verte het vage schijnsel van een lamp zagen. Hij gebood iedereen te bukken en terwijl ze ademloos in de donkere verte staarde klonk er een schot. Met een glimlach kwam de boer overeind, ‘die jaagt op konijnen niet op joden’, mompelde de boer. Mayan kromp even ineen, de boer wist dus waar hij zich mee inliet. De boer stond op en liep verder of er niets bijzonders was.

Niet lang daarna kwam de kleine hut in beeld, of de boer zei dat maar zijn gasten zagen er niets van. Pas na enkele meters, ving het schijnsel van de knijpkat een goed weggestopt hutje. Groot was het niet maar toen de deur openging verbaasde ze zich hoe diep en ver het uitgegraven was. Hier zijn jullie voorlopig veilig. Blijf zoveel mogelijk binnen. Gebruik geen licht en als je buiten gaat doe dat dan als het donker is. Mayan en Jan knikte. De boer zette zijn tas af die vol met oude hulpmiddelen zat en groette. Morgen komt een jonge knul jullie van eten en drinken voorzien. Als hij nadert zal hij kort het Wilhelmus fluiten en voor hij binnenkomt klopt hij en zegt OZO. Mocht er onraad zijn vlucht dan niet die kant op daar. Je zal met dageraad zien dat er een weg loopt, er wordt streng gecontroleerd. Ze nemen hartelijk afscheid van de boer en gaan de hut binnen. Uitgeput gaat Mayan zitten. De laaggelegen hut is niet warm maar er ligt genoeg stro in tegen het vocht en ook in de tas die de boer droeg bleek nog een paar dekens te zitten. Jan blijft op de uitkijk staan en wacht tot Mayan en de kinderen diep slapen. Op een klein briefje staan nog de eerste zinnen van het gedichtje wat ze zelf ooit voor haar man David schreef. Hij legt het goed zichtbaar bij de knijpkat neer en vertrekt de duisternis in.

Wil je het vervolg lezen? Volg Blogverhaal Chaim.

12 thoughts on “Deel 5: Jan”

  1. Aukje schreef:

    Ik ga ze allemaal nog even lezen vanaf het begin!
    Spannend.

  2. Anna schreef:

    Spannend verhaal.

  3. Regenboogvlinder schreef:

    Laat Jan ze nou alleen? Tjonge wat spannend!

  4. Ik lees het voor het eerst maar ben onmiddellijk geboeid door het verhaal.
    Dank je wel!

  5. fietszwerver schreef:

    ha die Liesbeth
    laat ik nu mijn 1ste gedachte bewaarheid zien , een knijpkat in de foto ‘
    ik trof op wandelingen in ons mooie buiten gebied , zo dat nu heet , meerdere plaatsen waar goedwillende landgenoten vele levens hebben gered , diep in de bossen en onder de grond
    en voor de buitenwereld de schijn ophouden voor die rot mof te zijn , moeilijk hoor

  6. Marylou schreef:

    De verhalen vloeien spannend uit je pen

  7. Rob Alberts schreef:

    Indrukwekkend.

    Vriendelijke groet,

  8. Mrs. T. schreef:

    Gelukkig waren er ook nog een boel goede mensen.

  9. rietepietz schreef:

    Meid wat kun je mooi schrijven, fantastisch!

  10. Sjoerd schreef:

    Heel mooi geschreven…

  11. Harry schreef:

    Spannend, ik wacht op het volgende deel

  12. AnneMarie schreef:

    Spannend. Voor nu loopt het goed af. Wat gaat er komen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: