Deel 4: Het Postkantoor

Voedselbonnen

Het was inmiddels een paar dagen later, zijn pijnlijke arm deerde hem niet meer. Die had die dokter maar wat graag even teruggezet terwijl de rest van de groep hem onder schot hield. Want terwijl hij de dag ervoor zijn oude buurvrouw uitzwaaide was hem al snel duidelijk geworden dat de verzetsgroep die hem zogenaamd redde een paar onbekenden van zijn eigen groep waren. Ze hadden het hem lachend verteld; ‘een man met zoveel kennis willen we niet kwijt’, hadden ze hem gezegd.
David had zich inmiddels al maanden geleden bij een verzetsgroep aangesloten, hoewel het de tijd niet was om risico’s te nemen wist hij dat hij iets moest doen in deze moeilijke tijd. Iets om het te stoppen, iets om zijn gezin, zijn familie en zichzelf te redden. Hoewel hij volbloed Joods was, had hij niet de typisch Joodse kenmerken. Zijn prachtige vrouw en ook zijn dochter hadden beide diep donker haar zij zouden nooit veilig over straat kunnen. Even dacht hij aan zijn zoontje maar verbande die gedachte weer. Die zaten veilig ondergedoken onder de vloer van zijn eigen huis. Eén van de leden was het hem komen vertellen, tegelijk hoorde hij dat zijn huis was verzegeld en dat het er een bende was. Had Mayan toch begrepen wat hij had gezegd, hij glimlachte terwijl hij aan haar prachtige gezicht dacht. In de ruimte onder zijn vloer had hij behalve genoeg te eten ook dekens, water, kaarsen en een paar schriften neergelegd.

Het was tijdens een gesprek die avond dat David zich realiseerde dat hoewel hij liever terug naar huis ging, zijn hulp nog even nodig was. Voor hij door zijn afkomst niet meer hoefde te komen was hij lange tijd werkzaam geweest binnen het plaatselijke postkantoor en ook het gemeentehuis was hem niet onbekend. Hij schoot daar vaak te hulp als er teveel pakketten waren of er zwaar werk verricht moest worden. Hij had er goed betaald gekregen en veel contacten opgedaan. Hij kende de burgemeester persoonlijk, hoewel hij een eenvoudige werknemer was, had de burgermeester hen regelmatig bij hem thuis uitgenodigd. Alweer lang geleden was hij helaas afgezet en was die smerige NSB’er er voor in de plaats gekomen. Gelukkig had de echte burgemeester hem weten te vinden voor wat nu een veel grotere verzetsgroep was dan hij allereerst dacht.
Nadat zijn ontslag was er van het postkantoor een distributiekantoor gemaakt. De bonnen werden eens in de week uitgedeeld maar de kwaliteit van eten was slecht als er al iets in de schappen lag. De verzetsgroep had die bonnen hard nodig om alle onderduikers van eten en kleding te voorzien. ‘David’, zo was de burgemeester begonnen. ‘David, kunnen we op je rekenen, jij kent het kantoor van binnen en van buiten.’ Elke muur, elke steen ken jij, we hebben je nodig, wat denk je ervan wil je ons helpen het kantoor te overvallen? Een moment had hij de burgemeester, die nu Vader werd genoemd aangekeken, toen knikte hij. Hij knikte terwijl hij stilletjes aan zijn lieve vrouw dacht, die bonnen waren ook voor haar.

Die avond vertrekken ze, na spertijd buiten komen is gevaarlijk maar één van de leden heeft voor hen alle documenten vervalst die zorgen dat ze wel buiten mogen komen. Dat ze in hun tassen wapens, touw en andere hulpmiddelen dragen maakt hun net zo schuldig maar het is niet anders. De enige auto die ze hebben is met Jan mee die zijn lieve Mayan, Sara en zijn zoontje naar een veiligere plek moeten brengen. Als alles goed was zou hij daar vannacht nog naartoe gebracht worden.
Die Jan, onverschrokken is hij. Zijn vader en hij zijn allebei van de kerk en als medewerker heeft hij echte papieren die ervoor zorgen dat hij altijd na spertijd onderweg mag zijn. Die Jan was wel een slimmerik, hij kende hem nog van het postkantoor en weet dat hij door en door vertrouwd is. Helaas heeft hij nooit de kans gehad hem voor te stellen aan zijn vrouw. Als ze maar met hem meegaat. Hij had Jan wat persoonlijke dingen verteld, dat zal Mayan hem niet in dank afnemen maar het is niet anders. Vannacht nog zou hij het wel goed maken, zou hij zijn gezin weer zien. Maar nu eerst moest hij zijn oude werkplek binnenvallen, die gore moffen uitschakelen en zoveel mogelijk bonnen te pakken krijgen.

Wil je het vervolg lezen? Volg Blogverhaal Chaim.

18 thoughts on “Deel 4: Het Postkantoor”

  1. Regenboogvlinder schreef:

    Wat een moed zeg.. en deze mensen waren voor het verzet zeker van grote waarde. Maar dat een Jood dat durfde te doen.. knap!

    (Ik liep er een achter.. in mijn vakantie geplaatst, gelukkig verwijs je ernaar, ga snel nr 5 lezen!)

    1. VillaSappho schreef:

      Gebeurde vaker er is weinig over bekend want vel verzetsstrijders werden opgepakt.

  2. willyduvel schreef:

    Sterk verhaal !!

  3. minoesjka2 schreef:

    Fijn, dacht ik toen ik de foto van de bonkaarten zag ……… en ja, ik werd niet teleurgesteld :-)

  4. meninggever schreef:

    Mijn leasepa vertelde wel eens wat over die oorlog en wat de Moffen deden met mensen die hen niet bevielen….De werkelijkheid was zeer bedreigend en angstig. Mooie verhalen vindt je ook in de boeken van Jaap van Rij over de Opperwachtmeester. Aanrader…

  5. rietepietz schreef:

    Heel typisch dat je nu weer verder gaat met je verhaal, bij mijn zoldervondst waren o.a. mijn eigen stamkaart, wat bonnen en wat brieven die met mijn vader te maken hadden waar ik niets vanaf wist. je begrijpt, die komen ook aan de beurt al zal dat niet zo’n spannend verhaal opleven als wat schreef want ik weet er vrijwel niets over.

    1. VillaSappho schreef:

      Geef mijn zo’n zolder! Ben zeer benieuwd.

  6. annaberg schreef:

    Verhalen die blijven boeien. Van mijn ouders heb ik geen enkel oorlogsverhaal doorgekregen. Mijn schoonvader zaliger daarentegen vertelde wel over wat hij gehoord en meegemaakt had.

    1. VillaSappho schreef:

      Ik heb ook niets van mn opa gehoord een paar zinnen bij elkaar.

  7. Sjoerd schreef:

    Een mooi vervolg… nu maar weer wachten op het volgende verhaal.

  8. Ik volg dit verhaal met aandacht.

  9. Mrs. T. schreef:

    Ik vraag me regelmatig af wat ik gedaan zou hebben in die tijd. Zou ik het lef gehad hebben of zou ik laf geweest zijn?

    1. VillaSappho schreef:

      Als je toen moeder van twee jonge kinderen was had je niet zoveel te zeggen. Hele andere tijd toen daar valt niets over te zeggen.

  10. Mrs. T. schreef:

    Ik vraag me regelmatig af wat ik gedaan zou hebben in die tijd. Zou ik het lef gehad hebben of zou ik laat geweest zijn?

  11. Edward McDunn schreef:

    Die verzetsmensen waren helden Liesbeth.

  12. Bertie schreef:

    Ik heb net alle delen achter elkaar gelezen. Een echt mooi verhaal, ik kijk uit nar het vervolg.

  13. natuurfreak schreef:

    Je moest uit speciaal hout gesneden zijn om bij het verzet te gaan

  14. fietszwerver schreef:

    ja die mensen waren onmisbaar in het verzet

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: