Deel 7: De Reep (Slot)

Deel 7: De Reep

Vanuit hun schuilplaats keken ze, David, zijn vrouw Mayan en hun kinderen, naar buiten. Tussen de bomen door konden ze een glimp van de weg opvangen. Hoewel het niet de bedoeling was geweest waren ze te weten gekomen dat de Belgische grens niet ver van hier was. Ze trokken al snel de conclusie toen een Vlaamse jongen hen eten en drinken kwam brengen. Het was een lieve knul die met Sara en baby Chaim speelde en daarna weer naar huis ging. Het was Sara geweest die haar die morgen vroeg wakker had gemaakt en het briefje met het gedichtje had gegeven. ‘Ik denk dat Jan hulp is gaan halen’, had ze haar wijze dochter gezegd, maar stiekem wist ze dat helemaal niet zeker. Die Belgische knul was een goede afleiding geweest maar hoewel Sara nooit opstandig was, merkte ze dat binnen zitten niets is voor een speels kind.

Die avond had ze veel moeite gehad haar beide kinderen in slaap te krijgen. Er hing iets in de lucht en ze maande haar oudste dan ook tot stilte. Buiten was het aarde donker, hoewel ze onrustig sliep moest ze even ingedommeld zijn toen ze wakker schrok van een raar geluid. In het donker tuurde ze naar de minste beweging maar zag niets tot ze opeens heel zacht het Wilhelmus hoorde. Even had ze nog getwijfeld maar toen sprong ze op want ze had de stem van haar man, haar David, herkend en was hem even later huilend in de armen gevallen.

Achter hen had de boer staan glimlachen. Hij had die ochtend bezoek gekregen en had al rap begrepen dat die mannen in zijn keuken voor zijn onverwachte bezoek van laatst kwamen. Hij liet niets los maar zoveel details als zij wisten, dat kon hij alleen van die Jan weten, hoewel die er niet bij was stond naast die man, die hij vaag herkende, de bakker van het dorp die zoals bekend niet bepaald pro Duits was. Na een goed gesprek wist hij dat er in de keuken van zijn boerderij een burgemeester zat die zijn oude schoolmaat, die bakker was geworden, had opgezocht. Er werden snel afspraken gemaakt en vroeg op de avond kwam de jonge kerel aan die zich als David voorstelde. De bakker die hem veilig had gebracht fietste terug naar huis waarna de lange tocht naar het afgelegen hutje was ondernomen. Nog even was de boer gebleven, hij had weer een tas met hulpmiddelen bij. Babykleertjes die zijn vrouw gemaakt had, maar nooit waren gedragen, melk voor de baby en wat speelgoed had hij opgeduikeld. In de boerderij had hij zijn bezoek verteld dat er sterke geruchten waren dat de bevrijding niet lang op zich zou laten wachten. David had het naast zich neergelegd, sinds Dolle Dinsdag geloofde hij er niet meer in. En nu hij na al die tijd zijn gezin weer zag wilde hij niets liever dan alleen met hen zijn.

‘Hier is je zoon hij heet Chaim’, had Sara zijn zoon opnieuw aan hem voorgesteld. Hij was gegroeid zag David tot zijn genoegen. De rest van de nacht en dag was hij verdiept in zijn vrouw en kinderen geweest en had hij niet gemerkt dat er voertuigen over de verderop gelegen weg reden. Voertuigen waar ze stiekem op wachtte want dat waren Engelsen die poolshoogte kwam nemen of het bruggetje verderop bestendig was voor tanks. Want die zouden er komen. Tanks en nog 20.000 andere voertuigen over die smalle weg. Maar eerst moest die Brit weten of het veilig was. Onderweg had hij het aan een Vlaamse jongen gevraagd. Wonderwel begreep die hem en had hem de goede kant op gewezen. Hij had hem een reep chocola gegeven en was verder gereden, maar toen hij in de verte een Duitse tank op het bruggetje stil zag staan wist hij dat de aanstaande operatie veilig verder kon gaan. Opgewonden kwam de Vlaamse jongen, die Sebastian heette, de schuilhut in, ‘ze, ze waren er’, stotterde hij even maar nog voor ze zijn opgewonden woorden begrepen lag daar voor hen de reep, het bewijs dat de oorlog zijn einde naderde. Ja het einde naderde, maar veilig dat waren ze nog niet.

Het was een mooie dag in september, de temperatuur aangenaam maar er van genieten dat konden ze nog niet. Sara werd met de dag opstandiger, het speelgoed hield haar, slim als ze was, allang niet meer bezig en hoewel ze dol was op haar ouders verlangde ze naar een wandeling, naar vrijheid naar buiten. Baby Chaim had de hele nacht liggen huilen en toen haar ouders overdag even waren ingedut besloot ze bloemen te gaan plukken en haar lieve moeder te verrassen.
Voorzichtig zonder herrie te maken sloop ze de hut uit. Het gras voelde heerlijk aan haar blote voeten, ze draaide rond, viel duizelig in het gras, stond weer op en liep zonder het te merken steeds verder bij de hut vandaan. Ze volgde konijntjes die niet bang voor haar waren en dwaalde nog verder dan ze al was bij de schuilplaats vandaan. Onbewust keek ze om zich heen of ze Sebastian zag, die zou wel met haar willen spelen. Ze zag hem niet, niet wetende wat haar te wachten stond, en terwijl ze van de gevonden bloemen een ketting maakte hoorde ze een steeds zwaarder worden geluid in de verte. Vol ongeloof staarde ze naar de grote voertuigen die behoedzaam over de smalle weg naderde. Dan had Sebastian toch gelijk en net toen ze opstond om het snel haar ouders te gaan vertellen klonk een enorm knal en viel Sara voorover.

‘Waar is Sara’, schreeuwde Mayan over het helse kabaal heen. David kroop over de vloer, dekte zijn zoon af en keek om de hoek van de deur en daar aan de rand van het bos lag zijn Sara op de grond. Zich niets aantrekkend van het vuurgevecht en brandende wagen op de weg rende hij over het veld en bracht zijn dochter in veiligheid. Zacht tikte hij tegen haar wang, de wond op haar voorhoofd bloedde maar niet heftig. Na even sloeg Sara haar ogen op. ‘Ik heb een bloemenketting voor je mama’, fluisterde ze, maar in haar handje hing nog een enkel een steeltje van wat ooit een madeliefje was.
Het schieten en bulderen ging nog een hele dag door, hoewel vluchten het beste leek had David bevolen op de grond te gaan liggen. Met de dekens over zich heen waren ze in de donkere hut niet te zien en mochten er verdwaalde kogels tot hier komen dan vlogen die over hun hoofden heen. Zwijgend lagen ze naast elkaar luisterden naar het gevecht op de weg, waren bang en onrustig, danweer rustig en dankbaar dat ze nog samenwaren.

En toen opeens was het stil, één van de geraakte voertuigen smeulde nog maar verder was de weg verlaten en overviel hen de stilte. Stilte die in het verderop gelegen dorp niet te horen was want daar vierden de bewoners feest. Daar op het plein dansten en zongen de mensen voor hun herkregen vrijheid en terwijl hun bevrijders chocola en sigaretten uitdelen word er verderop op de deur van een kleine hut geklopt.

Wil je heel Blogverhaal Chaim lezen? Klik dan hier en begin bij deel 1!

11 thoughts on “Deel 7: De Reep (Slot)

Comments are closed.